Gezondheid en welzijn

Oud en de weg kwijt

Martine Carrière is dierenarts bij Sterkliniek Dierenartsen Ermelo. Over Dieren sprak met haar over dementie bij honden en katten. Ouder wordende honden en katten kunnen net als mensen dement worden. Waar merk je dat aan? En wat moet je doen?

Dementie komt bij honden en katten best vaak voor, vertelt Martine. ‘Bij honden kan dementie voorkomen vanaf het zevende levensjaar. De helft van de honden ouder dan elf jaar vertoont gedragsveranderingen die te maken kunnen hebben met dementie. Bij honden ouder dan vijftien jaar is dat zelfs bijna zeventig procent, best veel dus. Dertig procent van de katten tussen de elf en vijftien jaar oud ontwikkelt gedragsveranderingen die gebaseerd kunnen zijn op dementie, bij katten ouder dan vijftien jaar is dat de helft. Het proces is goed te vergelijken met dementie bij de mens.’

 

Symptomen

 

‘Symptomen kunnen zijn dat dementerende dieren minder contact met hun omgeving maken en meer in zichzelf gekeerd raken. Ze kunnen slomer worden of depressief lijken. Het is wel zo dat als oudere dieren slomer worden, daar heel veel verschillende oorzaken voor kunnen zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld pijn in hun gewrichten hebben waardoor ze minder bewegen. Een slome hond of kat hoeft niet per se aan dementie te lijden, voor sloomheid kunnen ook allerlei andere lichamelijke oorzaken zijn zoals nier- en hartproblemen.’

 

Dag- en nachtritme

 

‘We zien vaak dat bij dementerende honden en katten het dag- en nachtritme verstoord raakt, soms in ernstige mate. Eigenaren vertellen bijvoorbeeld dat hun hond ’s nacht door het huis doolt en heel onrustig is. Over katten horen we regelmatig dat ze ’s nacht gaan schreeuwen. Oudere katten worden vaak doof waardoor ze hun eigen geschreeuw niet of nauwelijks horen en hun eigen lawaai niet meer corrigeren. Voor eigenaren maar ook voor de andere dieren in huis is dat natuurlijk heel vervelend. Soms is het nachtelijke geschreeuw aanleiding voor ruzie met andere huisdieren.’

 

Onzindelijkheid

 

‘Onzindelijkheid of verminderde zindelijkheid is ook een symptoom van dementie. Sommige honden gaan in huis plassen en/of poepen en sommige katten kunnen de kattenbak niet meer op tijd vinden. Minder eten is een ander veel voorkomend symptoom. Honden krijgen vaak last van verlatingsangst en gaan meer blaffen. Verder wordt het oriëntatievermogen van dementerende dieren vaak minder. Ze herkennen hun oude, vertrouwde wandelroute niet meer of verdwalen in hun eigen huis. Een typisch verschijnsel van dementie is dat als je een dier roept, ze heel hard de andere kant op rennen. Voor een deel komt dat waarschijnlijk ook omdat ze door ouderdom minder goed horen en daardoor lastiger kunnen bepalen waar het geluid vandaan komt, maar het is ook heel kenmerkend voor dementerende dieren die de kluts kwijt zijn. Het gebeurt ook wel dat een dier zijn eigenaar kwijt is, terwijl die gewoon naast hem staat.’

 

Onderzoek

 

‘Komt een eigenaar met een dier met mogelijke klachten van dementie bij ons op het spreekuur, dan gaan we eerst een uitgebreid lichamelijk onderzoek doen. We zoeken uit of er andere dingen spelen en doen een bloed- en urineonderzoek. Een urineweginfectie bijvoorbeeld kan net als bij mensen een rol spelen bij gedragsveranderingen, het is dus belangrijk die uit te sluiten. We kijken naar de voeding en of er bepaalde tekorten aan vitamines en mineralen zijn. Bij het vermoeden dat er misschien iets anders aan de hand is in de hersenen kun je een MRI-scan of zelfs een ruggenprik laten doen. Blijkt het uiteindelijk echt om dementie te gaan, dan kun je een aantal dingen doen.’

 

Vaste routine

 

‘Belangrijk is dat je de omgeving van het dier aanpast en zorgt dat alles altijd op dezelfde plek staat. Bij katten kun je meer kattenbakken in huis plaatsen. Voeren en uitlaten doe je bij voorkeur op dezelfde tijdstippen. Probeer het dier zo veel mogelijk te activeren en in beweging te houden, zorg ervoor dat het niet indut en doe spelletjes met hem of haar. Als je commando’s geeft, kun je er bijvoorbeeld ook gebaren bij maken waardoor de opdracht nog duidelijker wordt. Een vaste routine ontwikkelen is noodzakelijk. Demente dieren snappen nieuwe situaties niet meer en worden daar angstig en onzeker van. Meestal helpt het ook om de voeding zo optimaal mogelijk te krijgen zodat je zeker weet dat je dier alles binnen krijgt wat hij nodig heeft. Je kunt eventueel voedingssupplementen geven om te zorgen dat de achteruitgang van de hersenen vermindert. En ten slotte: heb vooral veel geduld met je dier.’

 

Medicatie

 

‘Slecht of te weinig slapen is voor niemand goed en dat geldt ook voor dieren. Daarom geef ik bij een verstoord dag- en nachtritme vooral honden vaak een slaap- of kalmeringstablet zodat het dier in ieder geval ’s nachts rustig is. Voor de eigenaar is het ook veel prettiger als hij een ongestoorde nachtrust heeft. Daarnaast is er een geregistreerd medicijn voor honden met dementie, dat ervoor zorgt dat het verloop van de ziekte wordt vertraagd. In de meeste gevallen zien we een verbetering door het gebruik van medicijnen, betere voeding en voedingssupplementen. Oudere dieren eten vaak wat minder en nemen sowieso de voedingsstoffen minder goed op, dus alle hulp is daarbij welkom. Wil je wat bereiken met medicijnen en supplementen, dan is het verstandig daar tijdig mee te beginnen. Als de ziekte al heel ver gevorderd is, is er veel moeilijker iets aan te doen. Bij symptomen die passen bij dementie, adviseer ik om naar je dierenarts te gaan om te laten onderzoeken wat er aan de hand is. Je kunt wel zeggen dat bepaalde kwalen bij ouderdom horen, maar ouderdom is natuurlijk geen ziekte. Dementie kunnen we helaas nog niet genezen, maar je kunt dementerende dieren prima helpen een zo comfortabel mogelijk leven te leiden.’

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

5074

Foto's

1050

likes

2864